12 Jun, 11:29, 157
x viewed
Ik heb buren, natuurlijk heb ik buren. Ik heb alleen buren aan mijn linkerhand. Rechts ligt een groot grasveld.
Een goede buur is beter dan een verre vriend, geldt voor mij alleen ‘van links’ dus!
Ik heb rare buren. Meteen aan mijn linkerkant wonen vreemde mensen. Hij loopt 24/7 in een jogging- of korte broek (naargelang het weer), met ontblootte bovenbast (hier geldt; weer of geen weer). Zij is Braziliaanse en spreekt geen woord Nederlands. We hebben hilarische conversaties, zij en ik. Met handen en voeten. Af en toe laat ze me haar keuken binnen om eten te proeven. Ik kan niet zeggen dat ik er altijd kapot van ben, maar aardig is ze.
Hij is gewoon gek, ik bedoel, wie loopt er nou in de winter met ontbloot bovenlijf naar de kliko-verzamelplaats op dinsdag avond??
Twee deuren verder woont een leuk gezin met een zoon. Hij is een mongool. Een heerlijke vent. Werkelijk waar. Een snoepje, een poepje! Mijn leeftijd schat ik. Hij ziet me ‘wel zitten’, de lieverd.
We kletsen elke dag wel een paar minuten, hij en ik.
We kletsen over allerhand; over het weer, de werkplaats, de ‘wijven’ en over de hanen.
De buurman tussen ons tweeën in, heeft namelijk hanen, een stuk of wat. Prachtige beesten. Ik heb een schutting die los zit, dus ik kan af en toe spieken en vooral, gemeen kijken naar de kippies en hanen. Dat is niet helemaal waar, ik kijk lief naar de kippen want ik hou van kippen, die zijn nog nuttig tenminste. Af en toe sneak ik naar binnen om een paar eieren te jatten. Kijk, daar heb je nog wat aan maar die andere, de hanen.
Ik haat hanen! Ik haat hanen omdat ze me elke nacht vanaf een uur of 4 wakker houden. Vanaf het voorjaar dan. Vanaf het moment dat de zon eerder opkomt voelen hanen de behoefte meer te gaan kraaien. Ze kraaien dan heel veel. TE veel voor mijn gevoel, de etters!
Ik zei dus tegen de buurjongen van twee deuren verder vanmorgen; “ Was jij vanmorgen ook weer zo vroeg wakker?”
“Ja”, zei hij, “maar ja, mijn pa zegt, wat moeten we eraan doen?”
“Ik zou willen dat iemand ze de nek om zou draaien, die *piep* hanen” zei ik hierop aan mijn buur van twee deuren verder.
(We kletsten nog even verder over die leuke vrouw met dat hondje die elke ochtend passeert. Een lekker wief zo meent hij, ‘maar dich bis sjoonder en leever’ zei hij, dus dat neem ik dan maar voor waarheid aan. Maar dit terzijde)
Dat vertelde ik dus deze ochtend aan mijn buur van twee deuren verder aan mijn linkerkant.
Hij hoorde mijn verhaal aan en hij snapte mijn verhaal, dacht ik. Ik wilde niet vervelend doen. Gun de buurman van meteen links naast me zijn pretje, werkelijk waar. Maar hanen, en zoveel ook! Die maken her en der frustratie los in mijn lijf en leden. En af en toe je gal spugen hierover doet dan goed.
Afijn, binnengekomen stortte ik me op de koffie en de bruine boterham met stroop. Een heerlijk ontbijt, meestal gecompleteerd met een bakkie yoghurt met vijgen, ‘voor t lekkere’ en voor de goede darmwerking die het resultaat is van die spinifidusbinidinges bacterie. Ik had een hap of twee naar binnen gewerkt toen ik ze hoorde, de hanen.
Wat maakten ze een kabaal die beesten. Werkelijk waar niet te harden.
‘Pokkebeesten’, dacht ik nog
tot het kwartje viel..
‘Hij zou toch niet?’
Ik ren naar achteren, naar mijn spiekplek, en daar zie ik, mijn buur van twee deuren verder.
Hij ziet me en kijkt me triomfantelijk aan,
Terwijl hij de nek omdraait
van zoals ik zo snel tellen kon
haan drie
Vanavond eet de hele buurt,
een haantje uit de oven
of zou ik hete kip ook met haan kunnen maken?